Captain James Cook (1728-1779) is misschien wel de meest bekende zeiler in de geschiedenis van het Britse Rijk. Zijn drie expedities naar Oceanië tussen 1768 en 1779 waren niet alleen wetenschappelijke missies, maar ook een uitdaging om nieuwe handelsroutes te vinden en onbekende gebieden voor Europa te ontdekken.
Leven en carrière
Cook werd op 7 november 1728 in Marton, North Yorkshire, Engeland, geboren als zoon van een captain-cooks.nl boerderij-eigenaar. Van kinds af aan had hij veel interesse in zeilen en de zee, waardoor hij zich aanmeldde bij het Royal Navy-gezelschap op zijn twintigste. Hij begon zijn carrière als leerling-stuurman en werkte zich langzaam maar zeker naar boven tot hij kapitein werd van de HMS Endeavour.
Eerste expeditie (1768-1771)
Cooks eerste expeditie was de beste gegeven, ondanks zijn twijfels over de voortgang. De bemanning bestond uit 94 manschappen en de schipper John Gore had een sterke reputatie voor wetenschappelijk onderzoek. Het doel van deze reis was om het mysterieuze land “Terra Australis” te vinden, dat theorieën opriep over een verzonken continent in het zuiden. Met behulp van de Franse astronoom Charles Mason en zijn collega Jeremiah Dixon kwam Cook tot een exacte berekening van de lengtegraad.
Eerste bezoeken aan Oceanië
Tijdens deze expeditie waren ook de eerste contacten met inheemse volkeren, die vaak werden misverstaan door beide partijen. Op het eiland Tahiti werd er een wederzijdse uitwisseling van goederen en kennis geleverd. Cook nootde dat deze bezoeken niet alleen zekerheid boden over de bestaan van Oceanië, maar ook de theorieën over Terra Australis werden in twijfel getrokken.
Tweede expeditie (1772-1775)
Cook keerde terug naar Engeland en werd opnieuw uitgekozen voor een nieuwe reis. Ditmaal was zijn doel om vanuit Kaap Hoorn (Zuid-Amerika) langs de zuidoostelijke punt van Australië te varen richting het noorden, waar hij een schot zou nemen met behulp van de Franse astronoom Pierre Charles Le Monnier.
Ontdekking van Nieuw-Zeeland
Het grootste deel van deze reis werd doorgebracht in wateren die onbekend waren voor Europeanen. De bemanning verkende nu eenmaal het noorden van Australië, en op 18 maart 1770 ontmoette Cook zijn tegenhanger George Forster tijdens een bezoek aan Kaap Maatau te Tonga (Tongariro).
Ontdekking van de Stille Oceaan
Een andere bijzonderheid was het voorbeeld dat hij gaf van wetenschappelijke observatie. Bijvoorbeeld, in zijn dagboek noteerde hij de veranderingen die hij waarnam op de grond, zoals vooral schitterende blauwe en rode kleuren, terwijl op de landkaarten geen verwijzing naar zo’n landschap bestaat.
Derde expeditie (1776-1779)
Deze derde en laatste reis van Cook eindigde met een dramatische dood. De Engelse bemanning had drie jaar lang niets anders gedaan dan de grond afkammen naar schatten, die zeker werden geacht.
Dood op Hawaï
Een gewapende demonstratie leidt tot tumult, waarbij Cook zelf wordt aangevallen door de inheemse bevolking van Owhyhee (Hawaii). Zijn drie assistenten worden ook gedood. De bewusteloze kapitein ligt terwijl hij met een schot uit zijn pistool dood wordt geschoten.
Nieuwe gebieden en het einde
Tijdens deze derde expeditie had Cook nieuwe landkaarten gemaakt, zowel in de Stille Oceaan als op alle continentale eilanden. De Britten bezaten nu een sterke vloot om hun koloniale ambities in te lossen.
Nieuwe gebieden en het einde van de expeditie
Op 14 januari 1779, na bijna drie jaar wetenschappelijk onderzoek, keert Cook terug naar Engeland. De reizen van James Cook hebben Oceanië voor Europeanen geopend.
Erfenis
Het eindresultaat is een uitgebreide verzameling getekende kaarten die de gebieden beschrijven waarvan hij op zijn drie reizen verslag zou doen, maar deze werden nooit in handelsuitvoer gebruikt.